Medewerkers India

Ondertussen is het al weer jaren geleden dat ik de voorganger van mijn kerk vertelde over mijn passie om straatkinderen te gaan helpen. Hij heeft mij geholpen hierin verder te komen, hij ontmoette een aantal mensen uit het buitenland en bracht mij in contact met een mevrouw.

We gingen samen kinder middagen organiseren, en binnen twee jaar tijd hadden we op deze manier contact met zo’n 1800 kinderen. Door de genade van God hebben we ze op allerlei verschillende manieren kunnen helpen, we hebben dit werk zo’n zes jaar gedaan.

Op een gegeven moment besloten we om in India een officiële stichting te gaan oprichten, op die manier zou het werk een officiële status hebben en makkelijker uitgevoerd kunnen worden. Zo was dit in 2005 het officiële begin van de Indiase stichting “Bird’s Nest Society Pune”. We begonnen een sociaal werk in de sloppenwijken van Pune waarbij we onder andere geholpen werden door Rani, Mona, Ruffas, Sanjay, Rajesh, Vidyia en Smeeta. We gaven bijvoorbeeld taallessen en naailessen met de naaimachine aan laag opgeleide vrouwen, op deze manier zouden ze werk kunnen vinden en een klein eigen inkomen hebben.

Toen we eenmaal bezig waren met deze taken werden we steeds meer geconfronteerd met kinderen die in grote nood verkeerden. Sommigen hadden een onderdak nodig omdat ze wees waren of in andere familie problemen verkeerden. Velen van hen kwamen naar ons toe met de vraag of we ze zouden kunnen helpen. We regelden plaatsen voor hen in hostels zodat ze verzorging zouden krijgen en naar school konden gaan. Dankzij de contacten en samenwerking met de buitenlandse mensen hadden wij geld om deze dingen te doen. Steeds meer mensen uit onze omgeving hoorden over het werk dat we deden en wisten ons te vinden met hun hulpvragen.

Na een aantal jaren begonnen er echter problemen te ontstaan binnen onze organisatie. In India hebben we ieder jaar een regentijd, in tegenstelling tot de rest van het jaar valt er in deze paar maanden heel veel regen. Dit keer waren de moessons zo hevig dat grote delen van de sloppenwijken totaal onder water stonden. De hal waar wij normaliter onze kinderprogramma’s hielden was nu helemaal ingericht voor noodopvang van de mensen die alles verloren hadden in de strijd tegen het water. We hebben op alle manieren die binnen onze mogelijkheden lagen de mensen geholpen om deze periode zo goed mogelijk door te komen. Echter vanaf dat moment kregen we tegenwerking vanuit de Indiase overheid. Ze waren niet blij met het werk wat wij deden, het feit dat wij in deze noodsituatie werkelijk hulp boden aan de mensen maakte nog weer extra duidelijk dat de overheid in dit opzicht veel steken liet vallen. Toen de programmahal uiteindelijk weer leeg was en beschikbaar voor onze kinder programma’s werden die niet weer hervat. Tegelijkertijd gingen veel van onze vrijwillige medewerkers ons verlaten.

Een andere activiteit die we ondertussen samen met de buitenlanders waren begonnen was het organiseren van vakantiekampen voor kinderen uit de sloppenwijken en voor straatkinderen. Een groep kinderen kon dan een aantal dagen weg zijn uit hun dagelijkse leven waar ze te vaak geconfronteerd werden met zaken als drank misbruik, seksueel misbruik, geen voedsel krijgen, diefstal, verwaarlozing en soms zelfs in het geheel geen onderdak hebben en op straat moeten leven. Gedurende dit vakantie kamp kregen de kinderen dagelijks drie goede maaltijden, kregen ze allerlei onderricht over zaken als gezondheid, seksualiteit, omgangsvormen en het belang van scholing. Verder was er veel tijd voor sport en spel en werd er verteld over Gods liefde voor hun persoonlijk leven. Al deze zaken werden gebracht in een heel bijzondere theater-achtige sfeer en werden begeleid door veel zang en dans.

Ikzelf en verschillende andere Indiërs begonnen er echter steeds meer moeite mee te krijgen dat er behalve deze vakantiekampen niet zo veel meer werd georganiseerd. We zouden graag meer structurele dingen gaan doen, het was voor ons heel moeilijk om de kinderen na het vakantiekamp weer terug te laten keren in hun oude dagelijkse situatie. In al de jaren die ik heb samengewerkt met deze buitenlanders heb ik heel veel van hun geleerd en ik ben ze daar dankbaar voor. Echter er was nu een moment aangebroken dat onze visies op het werk teveel van elkaar gingen verschillen, om deze reden zijn de buitenlanders en wij  als Indiase Stichting Bird’s Nest Society in het jaar 2009 ieder onze eigen weg gegaan.  Wij wilden graag een hostel voor kinderen gaan beginnen zodat we hen een permanent onderdak zouden kunnen bieden, de buitenlanders hadden hier een ander idee over. Toen de zes jongens die wij eerder aan onderdak in een hostel hadden geholpen op straat werden gezet was dit een situatie die wij niet aan konden zien. We hadden al jarenlang de visie om persoonlijk meer voor dit soort kinderen te kunnen betekenen. Ondanks dat we er geen geld voor hadden hebben we besloten om hun onderdak te verlenen in ons kleine gebouwtje in de sloppenwijk Kailash Nagar. Vier jaar eerder hadden we ze in een hostel geholpen, konden we ze nu dan alsnog tot straatkinderen laten verworden? Dit is het verhaal hoe ons hostel is begonnen.

Uiteraard was het een noodoplossing om de kinderen te huisvesten in ons gebouwtje met alleen twee kleine kamertjes en geen enkel sanitair. Diverse mensen gaven ons praktische hulp en kwamen de kinderen eten brengen. Ook waren er steeds mensen die een nacht bij de kinderen wilden blijven slapen.

Ondertussen hadden wij goed contact met iemand uit Nederland die we kenden via de door ons georganiseerde kinderkampen. We hebben onze visie met hem gedeeld en zijn dit samen meer vorm gaan geven. Doordat wij zelf uit de onderlaag van de Indiase bevolking komen hebben wij niet de middelen om dit werk zelf te bekostigen, we zijn daarom erg blij met de financiële steun die we vanuit Nederland krijgen. Aanvankelijk gebeurde dit onder persoonlijke titel met behulp van wat bekenden uit vriendenkring, kerk en bedrijfsleven. Toen het werk wat meer omvang begon te krijgen is in mei 2010 ook in Nederland officieel de gelijknamige stichting Bird’s Nest Society opgericht. Dankzij deze hulp vanuit Nederland hebben wij in december 2009 een appartement kunnen huren waar we met de kinderen zijn gaan wonen. Op het moment dat ik dit schrijf hebben we helaas al weer een keer moeten verhuizen maar we hebben behalve de zes jongens ook al twee meisjes opgenomen in ons hostel. Het werk groeit en we zijn blij en dankbaar voor alles wat we kunnen doen.

We hebben een fijn team van vrijwilligers, zelfs een paar meer dan toen we met dit werk begonnen. Mijn vrouw Vidya, onze twee kinderen en ik zelf wonen permanent samen met de kinderen in het hostel. Verder zijn er mensen die voor ons koken, die helpen schoonmaken, die de kinderen helpen met huiswerk maken, indien nodig met ze naar het ziekenhuis gaan maar bijvoorbeeld ook iemand die straatkinderen gaat bezoeken en hun de hulp geeft die in ons vermogen ligt. Behalve dit werk heb ik ook nog drie dagen per week een reguliere baan bij een grootschaliger hostel waar gewerkt wordt met betaalde krachten. Op deze manier verdien ik geld om de meest noodzakelijke dingen voor mijn eigen gezin te kunnen kopen en kan ik ook met mijn baas overleggen betreffende zaken voor ons eigen klein schalige hostel.

We willen u bedanken voor uw medeleven en alleen al het feit dat u de moeite hebt genomen om dit te lezen doet ons goed.

Bovenal vertrouwen wij op God die ons helpt in iedere situatie.

Babu.

Voorzitter van de Indiase stichting Bird’s Nest Society.